Volwassenheidsmatrix
Hieronder is de volwassenheidsmatrix weergegeven. Deze matrix kan als self-assessment methode gebruikt worden om de huidige enterprise architectuurorganisatie te meten. Het doel van de matrix is dat ieder organisatie in staat is om hun eigen architectuurvolwassenheid te meten, de problemen en knelpunten weet te identificeren en interventies weet te formuleren om de enterprise architectuurorganisatie verder te professionaliseren.

Uit de volwassenheidsmatrix is af te leiden dat procesgebieden i) nog niet bestaan, ii) worden ontwikkeld op dat volwassenheidsniveau, iii) zijn voltooid of iv) worden aangepast naar een hoger volwassenheidsniveau.
Volwassenheidsniveau 1: Initieel
Enterprise Architectuur -”Zoekend”
Op dit volwassenheidsniveau gelden er geen eisen voor de procesgebieden. De organisatie is geen stabiele omgeving voor architectuurtrajecten. Architectuurprocessen kunnen bestaan maar die zijn historisch opgebouwd en kunnen incompleet of inconsistent zijn. Er is immers nog geen organisatiebrede enterprise architectuur gedefinieerd. Succes van basale architectuuractiviteiten hangt sterk af van de competenties van enkele individuen, de helden. Ondanks deze ad hoc en vaak chaotische omgeving worden op dit volwassenheidsniveau regelmatig werkbare architectuurproducten opgeleverd maar waarvan slechts een globaal beeld bestaat. Hierbij vinden echter regelmatig budget- en tijdsoverschrijdingen plaats. Organisaties op dit volwassenheidsniveau zijn moeilijk in staat de successen te herhalen.
Inrichting
Enterprise architectuur als dicipline is niet gedefinieerd maar een aantal mensen binnen de organisatie is bewust van de mogelijkheden van enterprise architectuur als toets- en stuurinstrument voor veranderingsprocessen. Managementsteun ontbreekt en de rol en nut van enterprise architectuur is voor de veranderorganisatie nog onduidelijk.
Proces
Er zijn geen architectuurprocessen gedefinieerd, noch verantwoordelijkheden toegewezen. Ieder individu heeft daardoor vaak een eigen manier van werken. Sommige architectuuractiviteiten en standaarden zijn wel informeel gedefinieerd maar worden niet door de organisatie gecontroleerd.
Kwaliteit
De kwaliteit van de architectuurproducten is onvoorspelbaar. In tijden van crises kenmerken ze zich door overmatige betrokkenheid van het personeel (overuren, extra inzet, noodoplossingen) en het afschaffen of niet toepassen van de basale architectuurprocessen.
Metamodel

Initieel: “Gewoon doen”
Volwassenheidsniveau 2: Beheerst
Enterprise Architectuur - “Stuurt op personen”
Op dit volwassenheidsniveau wordt architectuur projectmatig opgepakt. Op volwassenheidsniveau 2 ligt de focus op het beheerst uitvoeren van projecten onder architectuur, maar de architectuuractiviteiten vinden lokaal in diverse projecten en lijnafdelingen plaats zonder formele onderlinge afstemming en samenhang. Er zijn nog inconsistenties tussen de verschillende architectuurdomeinen, projecten en afdelingen en vaak worden niet alle domeinenarchitecten betrokken bij de projecten.
Het verschil met volwassenheidsniveau 1 is dat de mensen in het project weten wat ze moeten doen. Er wordt een stabiele omgeving gecreëerd op projectniveau doordat een gedocumenteerd plan wordt opgesteld voor elk architectuurtraject. Daarbij worden projectspecifieke architectuurproducten vastgesteld maar de interpretatie hiervan is niet constant. Hoewel architectuurtrajecten minder chaotisch verlopen, verschillen de vorm van de architectuurproducten, het proces an sich en de gebruikte procedures vaak per project.
Inrichting
Een enterprise architectuurteam is benoemd dat het organisatiebeleid ten aanzien van het werken onder enterprise architectuur heeft opgesteld en verantwoordelijk wordt voor het verdere inrichtingsproces van de enterprise architectuurfunctie. Een uniform enterprise architectuurbegrippenkader wordt gevormd. Ook wordt het enterprise architectuurraamwerk in deze fase ingericht waarbij de verschillende architectuurdomeinen en verantwoordelijkheden die relevant zijn voor de organisatie worden bepaald. Er is een begin gemaakt met het werken onder enterprise architectuur en de enterprise architectuurorganisatie wordt daarop ook ingericht; de rollen en verantwoordelijkheden zijn gedefinieerd.
Managementsteun (sponsor) is aanwezig vanuit de business en de IT maar moet continue worden onderhouden. De belangrijkste aandachtsgebieden zijn op een basaal niveau ingevuld. Het bewustzijn dat enterprise architectuur ingebed moet worden in het besluitvormings- en planningsproces is aanwezig in de organisatie. De principes en richtlijnen en andere enterprise architectuurproducten zijn impliciet gerelateerd aan, zij het basale, business issues. In deze fase wordt ook gezocht naar een enterprise architectuurmethode. Er wordt ook een meetinstrument ontwikkeld om de voortgang en de kwaliteit van de enterprise architectuurfunctie te bepalen. Zo kan het management bijtijds de inbedding van enterprise architectuur bijsturen.
Proces
In de architectuurtrajecten worden de eisen beheerst, en worden de architectuurprocessen gepland, uitgevoerd, gemeten en beheerst. Architectuurtrajecten worden uitgevoerd en beheerst conform een gedocumenteerd plan (plan van aanpak) die in het begin van het traject is opgesteld. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt welke architectuurproducten voor het project moeten worden opgeleverd en in welke projectfase. Een organisatiebeleid houdt dus in dat er na wordt gedacht over het architectuurproces op projectniveau, maar er zijn nog geen organisatiebrede standaardprocessen en -producten om het gehele architectuurtraject te beheersen. Het wisselen van architecten over projecten vraagt nog steeds de nodige aanpassing in individuele werkwijzen.
De doelen van de volgende procesgebieden zijn op dit volwassenheidsniveau bereikt:
Eisenontwikkeling, Geïntegreerd programma- & projectmanagement, Inrichting, Onderhoud, Meting & analyse en Proces & product kwaliteitsborging.
Kwaliteit
Er kan min of meer de garantie worden gegeven dat wanneer een project voor een tweede keer wordt uitgevoerd onder architectuur, het project dan zeer waarschijnlijk tot dezelfde resultaten zal leiden. Met andere woorden projecten worden herhaalbaar. Hoewel de resultaten enigszins voorspelbaar zijn, blijkt de kwaliteit niet altijd even hoog te zijn.
Metamodel

Beheerst: “Eerst nadenken voordat je iets doet en nadenken nadat je het uitgevoerd hebt om te controleren of je het op de juiste wijze hebt gedaan”
Volwassenheidsniveau 3: Gedefinieerd
Enterprise Architectuur - “Stuurt op proces”
Vanwege het succes van eerdere projecten onder enterprise architectuur zijn de business en het management overtuigd van de toegevoegde waarde. Hierop wordt besloten om enterprise architectuur als organisatiebreed standaard te gebruiken voor het besluitvormingsproces rondom het totale projectportfolio van de veranderorganisatie. Hierbij wordt de bedrijfsstrategie als uitgangspunt genomen en wordt op basis van de toekomstige enterprise architectuur en een migratieanalyse, de juiste programma’s en projecten geselecteerd. Omdat ook de business betrokken is zowel de vraagkant als de aanbodkant van enterprise architectuur ingericht.
De enterprise architectuuractiviteiten zijn gestandaardiseerd, gecommuniceerd en worden afgestemd en gevolgd. Er kunnen uiteraard wel projectspecifieke aanpassingen in de uitvoering zitten, maar het uitgangspunt is voor alle projecten hetzelfde. Alle architectuurprocessen en -producten, per domein, project of afdeling zijn afgeleid van de organisatiebrede architectuur (enterprise architectuur) en op elkaar afgestemd. Deze enterprise architectuur bevat de business issues, de operationele en technologische aspecten.
Inrichting
Het uniforme begrippenkader rondom enterprise architectuur is organisatiebreed bekend en vormt de standaard. Door veel te communiceren weet het enterprise architectuurteam alle domeinen op elkaar af te stemmen zodat het enterprise architectuurproces compleet wordt. Daarnaast zijn de standaard architectuurprocessen, aanpassingsrichtlijnen en de ondersteunende proceshulpmiddelen opgesteld op basis van de best practices uit de verschillende projecten. Er is een governance mechanisme ingericht voor het monitoren van de gehele enterprise architectuurcyclus. Er is hiervoor een platform aangewezen met vertegenwoordigers uit het topmanagement en de verschillende domeinen die de besluitvorming rondom architectuurproducten op zich neemt. Daarnaast zorgt het governance mechanisme ervoor dat de standaardprocessen geborgd blijven en bijgewerkt worden.
Proces
Op volwassenheidsniveau 3 zijn de standaard architectuurprocessen geïntegreerd in de veranderorganisatie; ze worden beschreven in organisatiebrede standaarden, procedures en methoden die gebruikt en onderhouden worden. De projectmanagers en architecten stemmen hun processen af door de standaard organisatieprocessen met behulp van de aanpassingsrichtlijnen die hiervoor zijn vastgelegd op maat te maken voor hun project. Ten opzichte van volwassenheidsniveau 2 is een organisatie op volwassenheidsniveau 3 meer georiënteerd op het verbeteren van de processen op organisatieniveau, terwijl op volwassenheidsniveau 2 de focus ligt op de architectuurprocessen op projectniveau. Het uitwisselen van architecten tussen architectuurtrajecten is op volwassenheidsniveau 3 daardoor een stuk eenvoudiger omdat projectuitvoering grotendeels gestandaardiseerd is.
De doelen van de volgende procesgebieden zijn op dit volwassenheidsniveau bereikt:
Domeinmanagement, Business & IT trendanalyse, Migratieanalyse & -planning, Organisatiebrede procesdefinitie, Organisatiebrede besluitvorming, Organisatiebrede product- en procesfocus en Organisatiebrede training & kennis
Kwaliteit
Door gebruik te maken van ‘best practices’ zijn de resultaten voorspelbaar voor alle betrokkenen. Daarnaast focust de architectuurorganisatie zich op het verbeteren van de enterprise architectuurfunctie door regelmatig analyses uit te voeren op de huidige architectuurprocessen en -producten. In de architectuurorganisatie worden ook verbeterinitiatieven van de architecten aangemoedigd.
Metamodel

Gedefinieerd: “Gebruik hetgeen je geleerd hebt”
Volwassenheidsniveau 4: Kwantitatief beheerst
Enterprise Architectuur - “Stuurt op resultaten”
Op volwassenheidsniveau 4 stelt de organisatie meetbare doelstellingen voor het beheersen van de kwaliteit van de architectuurprocessen en -producten, zoals tijd, budget en functionaliteit indicatoren. Er worden gedetailleerde procesmetingen verricht om ervaringscijfers op te bouwen. Dit heeft twee kwaliteitsredenen; het analyseren van afwijkingen en het kunnen vooruit projecteren van architectuurtrajecten.
Bij het eerste worden de eindresultaten van elk architectuurtraject gemeten en vergeleken met de norm. Als er te veel afwijkingen ontstaat in een architectuurproces of -product vergeleken met de kwaliteitsnorm wordt het architectuurproces of -product nader geanalyseerd en gekeken of het architectuurproces of -product verbeterd kan worden. Op dit volwassenheidsniveau gebruiken managers, projectmanagers, architecten en analisten de verzamelde data, waarbij statistische methoden en kwantitatieve technieken worden gebruikt, om de activiteiten te monitoren, potentiële problemen in het enterprise architectuurproces te identificeren, deze te onderzoeken en op te lossen.
Ten tweede kan je als architectuurorganisatie en management vooruit projecteren; je hebt inzicht in de prestaties van het gehele enterprise architectuurproces en kan men voorspellingen doen over de verwachte resultaten. Zowel de architectuurorganisatie als het management moeten op projectniveau de mogelijkheden faciliteren voor de architecten, om deze targets ook te kunnen benaderen. Belangrijk verschil met volwassenheidsniveau 3 is de dus voorspelbaarheid van architectuurtrajecten door forecasting op basis van de ervaringscijfers.
Inrichting
Resultaten worden als ervaringscijfers verzameld en opgeslagen in een informatiesysteem. Per architectuurproces wordt bepaald welke cijfers verzameld moeten worden die relevant zijn. Deze kwantitatieve doelstellingen zijn gebaseerd op de eisen en behoeften van klanten, eindgebruikers en het management.
Proces
Zowel het enterprise architectuurproces als de producten zijn gekwantificeerd, worden gemeten en worden verbeterd op basis van vastgestelde criteria en parameters.
De doelen van de volgende procesgebieden zijn op dit volwassenheidsniveau bereikt:
Organisatiebrede procesprestatie
Kwaliteit
De voorspelbaarheid van de resultaten is hoog. De kans is bijvoorbeeld groot dat een bepaald architectuurproduct binnen een bepaalde tijd wordt opgeleverd met een minimale kwaliteitsdrempel. Een organisatie op volwassenheidsniveau 4 is tevens op zoek naar bijzondere oorzaken van variatie in het enterprise architectuurproces en probeert die variaties te verkleinen. Hierdoor vermindert de variatie in de procesuitvoering en worden projecten en processen eenduidiger en dus beter voorspelbaar.
Metamodel

Kwantitatief beheerst: “Voorspel de uitkomsten en creëer dan de mogelijkheden om ook inderdaad de uitkomsten te benaderen”
Volwassenheidsniveau 5: Optimaliserend
Enterprise Architectuur - “Stuurt op continue verbetering”
Op dit volwassenheidsniveau focust de organisatie zich op het continu optimaliseren van de architectuurfunctie. De verbeteringen worden geselecteerd op basis van hun verwachte bijdrage aan de verbeterdoelstellingen versus de kosten en impact op de organisatie. De gehele architectuurorganisatie is als zodanig betrokken bij procesverbetering, hetgeen bijdraagt aan een voortdurende cyclus van procesverbetering. Een belangrijk verschil tussen organisaties op volwassenheidsniveau 4 en volwassenheidsniveau 5 is het soort variatie dat men probeert weg te nemen. Op volwassenheidsniveau 4 ligt de nadruk op het beheersen van architectuurprocessen met kwantitatieve gegevens waardoor de organisatie zich concentreert op stabiele en voorspelbare architectuurprocessen, terwijl op volwassenheidsniveau 5 de nadruk ligt op het optimaliseren van deze architectuurprocessen waarbij daadwerkelijke verbeteringen in het enterprise architectuurproces worden doorgevoerd. Men concentreert zich dan op de algemene oorzaken van variatie. Zo zou een architectuurproces een -methode op de markt efficiënter kunnen zijn dan de huidige gebruikte middelen.
Inrichting
Het enterprise architectuurteam zoekt continu naar mogelijkheden om de prestaties van het enterprise architectuurproces te verbeteren en te versnellen. Op dit volwassenheidsniveau is de organisatie constant op zoek naar de best passende methoden, tools en inzichten buiten de organisatie (trendwatching).
Proces
De organisatiebrede standaardprocessen, methoden en tools zijn continu aan incrementele en innovatieve verbeteringen onderhevig.
De doelen van de volgende procesgebieden zijn op dit volwassenheidsniveau bereikt:
Organisatiebrede innovatie & borging
Kwaliteit
De kwaliteit van de resultaten is groter dan de kwaliteit op volwassenheidsniveau 4. Er wordt steeds gezocht naar de beste architectuurmethoden en tools voor het enterprise architectuurproces van de organisatie. Hoewel er wel gedegen onderzoek wordt gedaan naar bewezen verbeteringen voor het optimaliseren van de processen, kan de kwaliteit na de introductie van incrementele of innovatieve verbeteringen iets lager zijn omdat de architecten zich aan moeten passen aan de nieuwe architectuurmethode of -tooling.
Metamodel

Optimaliserend: “De organisatie verbetert haar processen continu”